Wednesday, May 4, 2011

Schrijvers jagen met musket

Regelmatig vond je me in de bibliotheek. Verstopt in een hoekje met een stapel boeken, omringd door bordjes met ‘stilte a.u.b’ droomde ik daar stiekem van het vinden van de waarheid. De wereld waarin ik me nu bevind -versie 2.0- lijkt soms zo vermoeiend tegenstrijdig. Daarin kun je je ogen niet ontspannen en je hoofd niet laten rusten, want je leest iets, en je klikt. En dan: bewezen, bejubbeld, verhit, weerlegd, verworpen, geparafraseerd, gelinkt. En op Google: 210 miljoen hits. Alles op het web lijkt een mening en de schrijver een postmoderne schaduw van het gezag dat hij ooit had.
Nee, dan die tastbare letters van inkt. Ze deden me geloven in hun uitvinder, een Schrijver. Een boek was een beloning, van strekkend, vallend en op het puntje van je tenen (terwijl alle boeken van de plank afkukelden) grijpen naar die kaft op de hoogste plank. Een beloning leest lekkerder dan een pop-up. En wat was het een genot om niet weggelinkt-lokt te worden naar een knappe blogger die enthousiast het tegendeel beweert van wat je net las. Want dan zul je net zien: je bent weer verward en verliefd.
Ik mijmer soms -middenin een digitale dollemansrit- over toen: boeken van schrijvers van de oude stempel. Schrijvers met brillen die alles wisten. De geur van papier maakte me vruchtbaar voor al wat zij wilde planten in mijn hoofd, voor de bloei van kennis was ik vochtige potgrond. Want ik wilde zo graag de waarheid weten (en wel de objectieve versie).
Maar.
Die bestaat dus niet. En daarom kus ik mijn I-pad. Die geeft me namelijk een informatie-jungle, zo onbegaanbaar, dat ik getuinbroekt met hakmes ten strijde moet trekken om een paadje vrij te maken. Meningen snoeien. Informatie wieden. Zweten. Om te weten. Een kritische houding is in het doolhof 2.0, als een musket was in de Nieuwe Wereld: het is je enige redding.
Dus zijn die schreeuwende schimmen toch nog ergens goed voor. Leuzen als iedereen is schrijver, ze geven me een gezonde dosis wantrouwen. Informatie ‘opnemen’ is verleden tijd, reproductie is nutteloos van een bron zonder status. Op mijn I-pad wordt daarom direct gescand, gecheckt en getrasht: het is kritisch kijken zonder eind, zonder begin in een grenzeloos heelal waar ergens de waarheid begraven ligt.
Maar als de zoektocht dan teveel wordt, dan pak ik wel een boek.
Dat is wel zo rustig.

4 mei


De dodenherdenking gaat te weinig meer over ‘40-’45, zo zegt Dirk Mulder van Herinneringscentrum Westerbork vandaag in het NRC. Bij de dodenherdenking wordt de laatste jaren ook nadruk gelegd op slachtoffers uit andere oorlogen en vredesmissies en volgens Mulder is dit geen goede ontwikkeling. Daar zijn andere andere dagen voor, volgens hem.
Natuurlijk moeten de doden uit ‘ 40-’45 worden herdacht en verdienen deze aandacht. Maar was het idee achter de herdenking niet ‘dat nooit weer?’. Juist op een dag waar dat idee centraal staat, is het belangrijk om te kijken naar recentere gevallen die ons er aan herinneren dat een gruwelijke herhaling van de geschiedenis altijd om het hoekje gluurt. Voor jongeren is het belangrijk stil te staan, niet alleen bij een historie die ze slechts uit boeken kennen, maar die historie in verbinding kunnen brengen met de huidige wereld. De herdenking van onschuldige doden op 4 mei put juist haar functionele kracht uit de koppeling met het nu: dat nooit weer.
Want als we kijken anno 2011 zijn twee minuten te kort om onze mond te houden en betekenis te overdenken. De populariteit van extreem-rechts, USA-expansiedrang, de Roma die worden uitgezet en het aanhoudende Israƫl-Palestina conflict. Het kernidee achter de herdenking: de vervolging van een volk, het moorden om een identiteit, de talloze onschuldige slachtoffers van een oorlog.. Laten we dat nooit meer meemaken zoals toen. De pijnlijke waarheid blijft: er is weinig geleerd.
Meneer Mulder, laten we daar nu eens bij stilstaan.




http://www.nrc.nl/nieuws/2011/05/04/dodenherdenking-gaat-te-weinig-meer-over-40-45/

Tuesday, May 3, 2011

Spiegels


Mijn haren zijn nog nat van de douche. Normaal gesproken vind ik dat vervelend, maar vandaag staat de verwarming zo hoog dat ik blij ben dat er nog ergens vocht van kan verdampen. De ramen van mijn kamer zijn beslagen, maar de spiegel is nog glad.
Ik sta voor die spiegel en kijk mezelf aan. Het is gek: zoals je kunt opgaan in de ogen van een ander, kan dat nooit met jezelf. Van jezelf kun je niets anders zijn dan een vervreemding, een rationele beoordelaar. Je kunt uit een spiegelbeeld nooit woorden trekken zoals uit de ogen van diegene tegenover je. Het moment van synergie waarbij er iets beters wordt geborden tussen twee meningen in; zulke dialogen voer je niet met jezelf (ook niet als je twijfelt).
We blijven rationele wezens met een vervreemdend spiegelbeeld waarvan slechts de oppervlake zichtbaar is.